Nationale Militie - Geneeskundig Onderzoek

Handleiding tot de leer van het Militair Geneeskundig Onderzoek

§ 26. Bestemming en gebruik van oude gedienden

In plaats van na hunne afkeuring met een gagement (of pensioen) geheel te worden verwijderd uit s' Lands dienst, was er voorheen bij ons te lande, behalve in de nog bestaande verblijfplaatsen voor invaliden 1), gelegenheid voor verdienstelijke oude militairen, om te worden opgenomen bij de Garnizoens-troepen (z. g. "veteranen"), wanneer zij nog in staat verkeerden, om daarbij eenige militaire diensten te kunnen verrigten. Sedert eenige jaren (1843) echter zijn de voor hen bestemde Garnizoens-kompagniën opgeheven.

Bij ons bestaat er alzoo geen verdere middelweg; militairen met gebreken, die hun verhinderen de actieve of veld-dienst waar te nemen, worden in den regel geheel verwijderd. Alleen bepaalt het Reglement voor de Landmagt: dat in sommige gevallen nog overgang mag geschieden naar een ander wapen, waartoe nog de geschiktheid overbleef 2).

In vele andere Landen wordt, onzes inziens, voor de dienst in Garnizoenen, in vestingen, in Hospitalen, ter instructie der jonge manschappen, enz. (zie bijv. terug § 10), meer partij getrokken van gedeeltelijk ongeschikte oude gedienden, welke dan, onder den naam van "halve invaliden", nog voor verscheidene diensten worden gebezigd, hetgeen in tijden van gebrek aan manschappen niet onbelangrijk is 3).

Noten bij dit artikel

1) Men heeft bij ons wel is waar geene Invaliden-huizen van Staatswege, doch er bestaat een zoodanig burgerlijk Gesticht voor invaliden te Leiden, terwijl ook in het Hospitaal der Koningin(-moeder) te 's Gravenhage eenige verminkte of oude militairen worden verzorgd. Voor het overige staat voor oude gedienden de gelegenheid open, om in de Kolonie van weldadigheid Frederiks-oord te worden opgenomen (?).

2) Artikel 80 van dit Reglement zegt uitdrukkelijk: dat men bij de beoordeeling der ongeschiktheid van reeds in dienst zijnde militairen, wel moet onderscheiden: "of deze voor hoegenaamd geene dienst meer in staat zijn, dan wel of zij nog voor andere wapens bruikbaar zijn." Het is ons voorgekomen, dat van dit voorschrift minder voordeel wordt getrokken voor de getal-sterkte der armée, dan misschien wel kon geschieden.

3) In Oostenrijk en andere Staten van Duitschland wordt ten deze scherp onderscheiden tusschen de graden van ongeschiktheid of "invaliditeit"; men verdeelt de invaliden in "Zeitliche", "Halb"-, en "Real-" of ""Total"-invaliden, welke laatste slechts ongeschikt zijn tot alle diensten. Tot de halve invaliditeit daarentegen brengt men bijv. algemeene ligchaamszwakte, zonder bepaalde organische gebreken; likteekens, wanneer zij de bewegelijkheid der deelen niet te zeer stooren; oorenvloed; verlies van snijtanden; klierzwelling aan den hals; ingewands-verharding in geringen graad; verstijving of verlies van enkele vingerleden; verlies van de oorschelp, van den penis, zelfs van één oog, enz. enz. Zie Isfordink, Wendroth, en a. Ook Fallot zegt, omtrent de één-oogigen, dat men hen nog zeer goed gebruiken kan in de Hospitalen, bij den transport-trein, enz. Bij de Franschen bestaan insgelijks "veteraankompagniën". Men is daar alzoo zeer zuinig in het afkeuren, om de leger-magt niet te vroeg van gediende manschappen te berooven. Bovendien moet men hen anders toch geheel of ten deele onderhouden, zonder er eenige wederdienst van te genieten.





Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op: 06 March 2021.