Wet van den 1sten Mei 1863 betrekkelijk de Nationale Militie

In 1863 werd het nodig geacht om een kleine uitbreiding in de wet van 19 augustus 1861 door te voeren. Deze wet is geplaatst in Staatsblad 44 in 1863.



(N°. 44.) WET van den 1sten Mei 1863, tot uitbreiding van art. 17 der wet van den 19den Augustus 1861 (Staatsblad n°. 72), betrekkelijk de nationale militie.

WIJ WILLEM III, BIJ DE GRATIE GODS, KONING DER NEDERLANDEN, PRINS VAN ORANJE-NASSAU, GROOT-HERTOG VAN LUXEMBURG, ENZ., ENZ., ENZ.

Allen, die deze zullen zien of hooren, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is aan art. 17 der wet van den 19 Augustus 1861 (Staatsblad n°. 72), betrekkelijk de nationale militie, eene uitbreiding te geven;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Art. 1.

Aan art. 17 der wet van den 19den Augustus 1861 (Staatsblad n°. 72), wordt eene slotbepaling toegevoegd van dezen inhoud:
"3°. de zoon van den Nederlander, die ter zaken van 's lands dienst in 's Rijks overzeesche bezittingen of kolonien woont."

Art 2.

Deze wet treedt in werking met den dag harer afkondiging.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Collegien en Ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Amsterdam, den 1sten Mei 1863.

WILLEM

De Minister van Binnenlandsche Zaken,
THORBECKE.
De Minister van Oorlog,
J.W. BLANKEN.

Uitgegeven den negenden Mei 1863.
De Directeur van het Kabinet des Konings,
DE KOCK.



Bron:

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1863, 01-01-1863. Geraadpleegd op Delpher op 19-12-2017.
Direct naar Staatsblad 44 met betreffende wet.



Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op: 24 December 2017.